home
Stadhuis
Het stadhuis is gebouwd in 1686/1688. De bouwmeester was Steven Vennekool, een leerling van Jacob van Campen. Enkhuizen had de bloeitijd van zijn economisch bestaan in feite al achter de rug, maar waagde zich toch aan dit prestigieuze project. Op de eerste verdieping vindt u de Witte- of Burgerzaal, raadszaal met velours d’Utrecht, de burgemeesterskamer met de geschilderde voorstellingen van Romeijn de Hooghe, de trouwzaal en de Weeskamer met de gobelins.

Geschiedenis
Het huidige stadhuis is gebouwd in de jaren 1686/1688 ter vervanging van een veel kleiner stadhuis uit circa 1450, dat in 1685/1686 werd afgebroken. De plaats van het oude stadhuis wordt gevonden door de voorgevelrooilijn en de achtergevelrooilijn van de achter het stadhuis gelegen stadsgevangenis door te trekken tot aan de Breedstraat. Dat stadhuis is destijds wel uitgebreid maar was toch veel te klein, bouwvallig en onaanzienlijk voor de bestuurders van een stad van bijna 25.000 tot 30.000 inwoners (nu telt Enkhuizen ongeveer 16.000 inwoners). Sedert 1556 zijn voorstellen voor nieuwbouw in discussie geweest tot dan eindelijk op 7 september 1686 de eerste steen werd gelegd voor het huidige stadhuis.

Bouw
De bestuurders van Enkhuizen wilden laten zien dat Enkhuizen een belangrijke stad was. Ze kozen tot bouwmeester Steven Vennekool uit Amsterdam.
Steven Vennekool, 29 jaar oud toen hij de opdracht kreeg, was zelf een leerling van Van Campen, en dat was weer de bouwmeester van het Paleis op de Dam, misschien wel het meest prestigieuze stadhuis in de Nederlanden. Er bestaat dan ook een treffende gelijkenis tussen het Enkhuizer stadhuis en het paleis op de Dam in Amsterdam.
Bijzonder is dat de kasboeken van de bouw van het stadhuis zijn bewaard gebleven, zodat nu nog na te gaan is wie wat deed en tegen welke prijs.

Restauratie
Even lang als de bouw duurde, duurde de (eerste) restauratie die werd uitgevoerd van 1980-1982. De gehele voorgevel werd weggebroken, van een steviger fundering voorzien en weer opgebouwd.
Ook het interieur werd bij deze gelegenheid gerestaureerd.

Gevel
Boven de ingang is een balkon waarop de burgemeesterskamer uitkomt. De balustrade van dat balkon is versierd met gekruiste lictorstaven, een zwaard en het boek dat het stadsrecht vermeldt. Aan weerszijden de stedenmaagden die het wapen van Enkhuizen dragen. Drie zilveren haringen met gouden kronen op een blauw veld, met twee gouden sterren.

Boven de deuren van de burgemeesterskamer is een cartouche aangebracht met het devies "Candide et Constanter"; rechtschapen en volhardend. In het midden van de daklijst een attiek met het stadswapen (nu met stedenkroon), geflankeerd door gebeeldhouwde vazen en beelden van Van der Plasse.

Interieur
De begane grond was van oudsher het domein van het personeel in dienst van de stad. De eerste verdieping was het domein van de stadsbestuurders. Een hardstenen trap voert naar de eerste verdieping en naar de Witte- of Burgerzaal. Wit vanwege het marmer van de vloer. Dat marmer werd als scheepsballast aangevoerd uit Italië en voor de ballastprijs aan de gemeente verkocht. De dikke platen werden doormidden gezaagd zodat de bladen symmetrisch aan elkaar sloten.
Recht tegenover de trap de Zwijnenjacht van de Enkhuizer Paulus Potter; daartegenover een portret van de schilder (origineel hangt in het Mauritshuis).
Boven de burgemeesterskamer een schilderstuk van Theodorus (Dirck) Ferreris (geboren in Enkhuizen in 1643). De triomf van de Vrede, terwijl Mars met ontbloot zwaard op de voorgrond ligt geknield. Boven de deur naar de Burgemeesterskamer in houtsnijwerk symbolen van de macht van de overheid: een hond, een haan en een leeuw (trouw, waakzaamheid en kracht).


Burgemeesterskamer
Van de wandschilderingen bestaan nog de oorspronkelijke tekeningen waarbij ook de verklaring van de afbeelding is vermeld.
Tegen de Witte zaal zijn de waardigheden, functies en oppermeesterschappen van de burgemeesters afgebeeld. Te herkennen zijn: de rechtspraak, het voorzitterschap van de raad, schatkistbewaarder, de zorg voor de wapenen en het toekennen van burger(poorter)recht.
Enig zelfvertrouwen kan het bestuur uit die tijd niet ontzegd worden: S.P.Q.E. Senatus Populus Que Enkhuzanus (Raad en Volk van Enkhuizen) is een afgeleide van SPQR, Raad en Volk van Rome, zoals het bestuur van het Romeinse Rijk zich noemde. Tegenover de schoorsteen de burgemeester als oppergezaghebber van het leger uitgebeeld met Romeinse zinnebeelden. Afgebeeld is burgemeester Quintus Fabius Maximus.
De ontwerper van de schilderstukken in de burgemeesterskamer is Romein de Hooghe (geboren 1645 te Amsterdam, overleden 6-10-1708 te Haarlem). Hij maakte het werk vlak voor zijn dood. De schilderstukken zijn een geschenk van de toenmalige burgemeesters Buyskes, Mossel, Moeskoker en Duivensz. De plafondschildering zijn van Ferraris en het schoorsteenstuk van T. van Thulden. Het kastje dateert van 1700 en diende voor de krijgsstukken.

Raadzaal
Het plafond(ook van Ferraris) laat in het middenstuk een allegorie op de gerechtigheid zien, aan de straatkant de visvangst en aan de andere kant het Paalkistrecht. Het Paalkistrecht was het recht om de betonning op de Zuiderzee aan te brengen en te onderhouden en daarvoor betaling te verlangen van passerende schepen. Ter inning van die belasting had Enkhuizen belastingkantoren in vele andere havensteden. Het recht werd de gemeente toegekend door Willem van Oranje nadat de stad in 1572 als één van de eerste, de zijde van de prins had gekozen in de strijd tegen Philips II.
De wanden zijn bekleed met velours d’Utrecht met de hand geschoren en daterend uit het begin van de 18e eeuw. Aan de wand hangen de zilveren schildjes van het turfdragersgilde.
Schepenenkamer
De schepenen hielden zich voornamelijk met justitiële aangelegenheden bezig. Hun kamer is eveneens bekleed met velours d’Utrecht. Tegen de wand van de burgemeesterskamer een burgemeestersgezin uit 1700; het gezin telde ook een pleegkind dat haar ogen afgewend laat, en had een kindje verloren, dat kind is afgebeeld als engeltje. De slag op de Zuiderzee in 1573, is geschilderd door Abraham de Verwer. Het schoorsteenstuk is van Ferraris en stelt de gerechtigheid voor. Het plafond beeldt de strijd tussen goed en kwaad, licht en duisternis uit.

Weeskamer
Eigenlijk betreft dit de kamer van de weesmeesters, die het bestuur over de armenzorg voerden. Het gobelin is een geschenk van de weesmeesters van Rossum, Puyt, De Wit, Poen Ouderwagen en Westwoude. Het dateert uit het begin van de 18e eeuw.
Het schoorsteenstuk is van Johan (Jan) van Neck (1636-1714) uit 1692. Het geeft een voorstelling van barmhartigheid: de weduwe met drie kinderen wordt door de stedenmaagd ontvangen.

terms1terms2terms3terms3

clientinfobottom