|
St. Gomarus- of Westerkerk
Gerard Brandt vermeldt in zijn kroniek als stichtingsdatum van de Westerkerk: 1351, 1370 of 1427. Maar bij het bouwhistorisch onderzoek in 2000 heeft men de jaarringen van het gebruikte hout onderzocht en op grond hiervan gaat men er nu vanuit dat de bouw is begonnen omstreeks 1470. |
|
Drie bouwfasen
De kerk is in drie fasen gebouwd. Dat is zichtbaar aan de afstanden tussen de pilaren. Bouwfasen één en twee dateren uit 1470/1480 respectievelijk 1490. Het jongste kaphout dateert van 1516. Dit houdt in dat de Westertoren, uit 1519, direct na de bouw van de kerk moet zijn gebouwd. Traptorens Via de traptorens aan de oostgevel komt men in de goten om werkzaamheden aan het dak en de goten te kunnen doen. Vanaf de goten kan men via dakkapellen op de loopbruggen in de kerk komen. Portalen De as van de kerk ligt oost – west (de heilige lijn). Er zijn vier ingangen: het noord- oost- zuid- en westportaal. Met uitzondering van het westportaal zijn de andere portalen in de 16e en 17e eeuw in renaissance stijl tegen de kerk aangebouwd. Het interieur: Koorhek Het koorhek is voorzien van weelderig houtsnijwerk van de Fransman Jeannin. Het is een van de vroegste uitingen van de nieuwe Renaissance kunst in de Nederlanden. Aan de oostzijde van het koorhek staat het wapen van keizer Karel V met de wapenspreuk : Plvs Ovctre. De spijlen zijn van oorsprong van koper geweest, maar deze zijn in 1573 weggehaald om gebruikt te worden als oorlogsmateriaal. Ze zijn later vervangen door zinken spijlen. Preekstoel De preekstoel is uit 1567/1568 gemaakt naar het voorbeeld van de preekstoel in de Grote Kerk in ’s -Gravenhage. Het middenvak verbeeldt Johannes de Doper. Op de vier overige panelen staan de evangelisten Mattheus, Marcus, Lucas en Johannes. Tegen het achterschot zien we de figuur van Mozes met in zijn handen de 10 geboden. Orgel De orgelkas, nog steeds gedeeltelijk ingepakt als gevolg van de restauratie, is uit 1547/1548. De frontpijpen dateren waarschijnlijk uit 1679. De orgelpijpen zijn uit de kas verwijderd. Deze staan opgesteld tegen de noordmuur. De rest van het instrument (uit 1897) is opgeslagen in een andere kerk. Het restauratieplan voor het orgel is klaar. Nu nog de benodigde financiën. Zerkenvloer De vloer is geheel afgedekt met grafzerken (meer dan 1600) van voornamelijk hardsteen, een enkele van wit marmer of rode zandsteen. Alle zerken zijn genummerd. De letter “K” op een zerk staat voor “kerkgraf”. Deze graven werden gebruikt voor mensen die geen geld hadden voor een eigen graf. Librije De boeken, zo’n 500 stuks, liggen tijdelijk opgeslagen in de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag. De boekenplanken en de zitbanken zijn nog geheel authentiek. Op de overloop voor de librije staat in de hoek een kast met bijzondere beschilderingen. Kerkenraadskamer Het goudleer in de kerkenraadskamer is gemaakt rond 1700. Het patroon is van de Fransman Daniël Marot en is alleen te vinden in Huis ten Bosch in Den Haag. Bij de vorige restauratie, in de jaren vijftig, is het leer op linnen geplakt. Door het ongelijk trekken van het linnen en het leer ontstonden er scheuren in het leer. De restauratie (in 2001) heeft ruim € 65.000,- gekost. De 27 stoelen met leren bekleding die rond de tafel stonden, moeten nog gerestaureerd worden. De stoelen die er nu staan zijn van de Gemeente in bruikleen ontvangen en zijn afkomstig uit de Raadzaal. Op de wandtegels van de schouw zijn bijbelse taferelen afgebeeld. |