|
Thema van 2008: 20ste eeuw
Voorwoord
Natuurlijk denk je bij de monumenten van Enkhuizen niet direct aan de twintigste eeuw. Trapgeveltjes uit de Gouden Eeuw, spiegelend in oude grachtjes, is meer het beeld dat bij Enkhuizen hoort. Als organisatie van de Open Monumentendag krab je je dan ook achter het oor als je hoort dat het thema voor het jaar 2007 “De monumenten van de twintigste eeuw” is. Toch is er de hele twintigste eeuw door veel in de stad gebouwd. Voor het eerst in 350 jaar moest Enkhuizen zelfs buiten de wallen bouwen. De in dit boekje besproken gebouwen zijn niet allemaal officiële monumenten. Toch kan je aan de hand van die bouwactiviteiten de moderne geschiedenis van de stad aflezen. Ook is het mogelijk op een eenvoudige manier de ontwikkeling van de architectuur te volgen. En trapgeveltjes, spiegelend in oude grachtjes, zijn er nog steeds. |
Bouwen in de twintigste eeuw.
Na een lange periode van achteruitgang, het stadsbestuur gaf jarenlang meer sloop- dan bouwvergunningen af, begon in de tweede helft van de negentiende eeuw weer een periode van groei. Het station (gebouwd in 1885) is hier het symbool van. Straten als de gaaf bewaarde Semeynstraat en het Klooster laten zien dat er weer behoefte was aan meer woonruimte. Kleine projectontwikkelaars kochten een stuk braak liggende grond (daarvan was er genoeg in Enkhuizen) en bouwden de straatjes in de voor die tijd kenmerkende neostijlen. Deze straatjes waren commerciële projecten. Een spectaculair voorbeeld van sociale woningbouw is uiteraard het Snouck van Loosen park uit 1897. De initiatiefneemsters waren de dames Snouck van Loosen die op die manier het familiekapitaal weer terug wilden geven aan de stad. Een bescheiden maar fraai voorbeeld van sociale woningbouw door een woningbouwvereniging was Patrimonium uit 1921 Niet alleen voor de arbeiders bouwde men. De woningen aan de Molenweg waren bedoeld voor de burgerklasse, bijvoorbeeld ambtenaren en leraren aan Rijks HBS bijvoorbeeld. De woningbouwvereniging Patrimonium verdween. Daarvoor was er al de Stichting Verbetering Volkhuisvesting (1905). Op allerlei plaatsen onder andere in de Nanne Grootstraat, de Venuslaan en de Kade-Wierdijk bouwde zij, en de gemeente, tot ver na de Tweede Wereldoorlog huizen. Enkhuizen had binnen de Vest zo veel ruimte dat pas aan het eind van de jaren vijftig bouwgrond gezocht moest worden buiten de oude stad: als je bij Patrimonium op de Vest klimt zie je rechts bijna in de verte Plan Noord liggen. De westelijke nieuwbouw, wat meer naar links, is van later datum. Bij een groeiende bevolking hoort ook de bouw van nieuwe scholen. De Pancratiusschool is bijna in de Amsterdamse Schoolstijl gebouwd. Aan de entree is te zien dat de architect Nic. Molenaar uit Den Haag grote waardering had voor goed ambachtelijk metselwerk. Plan Zuid in de buurt van de spoorlijn is zowel door particulieren als door de woningbouwvereniging volgebouwd. Aan de verschillende stijlen is te zien dat er in de periode 1928-1934 en rond 1950 gebouwd is. Andere economische activiteiten hebben ook hun sporen achtergelaten in de stad. De zaad industrie, onder andere Sluis en Groot, en de Gebroeders Sluis werd een bedrijfstak met internationale uitstraling. Het kantoorgebouw van de gebroeders Sluis in het Westeinde is een van de weinige voorbeelden van de Nieuwe Zakelijkheid in Enkhuizen. Een van de oprichters van Sluis en Groot, Nanne Groot, liet voor zichzelf in 1898 een mooie villa in de Westerstraat bouwen. Westerstraat 217 heeft nog steeds een rijke allure. Speciaal voor Open Monumentendag is het pand geopend. De bijna originele keuken en de monumentale bomen in de tuin maken het extra bezienswaardig. Enkhuizen kende tot de ruilverkaveling van Het Grootslag in de jaren zestig ook veel kleine bouwers. Het land in de polder was vaak alleen per schuit bereikbaar. Hun huizen staan dan ook altijd aan een van de grachten in de Boerenhoek: hoge huizen aan het water met ernaast of op de begane grond de werkruimte en op de eerste verdieping de woning. Een aantal stolpen binnen de stad tonen aan dat er ook veeboeren hun land in de polder en hun boerderijen in de stad hadden. Ook de middenstand groeide. De Westerstraat veranderde van een wat deftige woonstraat in een gezellige winkelstraat. Hier en daar is nog een oorspronkelijke etalage te zien. Of verraadt een aparte gevelindeling dat een woonhuisje een klein winkeltje was. Draka Polva verdient geen schoonheidsprijs wat architectuur betreft. Maar toen de burgemeester op 11 juni 1955 kon aankondigen dat dit bedrijf zich in Enkhuizen wilde vestigen klonk er een applaus in de raadszaal. Men had zich zeer ingespannen om een industrieterrein in de stad aan te leggen, maar er was zo weinig animo geweest, dat men de Raad voorgesteld had de grond maar als volkstuintjes te verhuren. Andere grotere fabriekscomplexen binnen de stadsgrenzen zijn inmiddels gesloopt. Zo verdween in 1997 de Enkhuizer Banket fabriek (of te wel Koekfabriek) om plaats te maken voor het project Dona Nobis Panem van Maarten Min. Met angst en beven keek men naar de nieuwbouwplannen van het Zuiderzee museum aan de Oosterhavenkant van de Wierdijk. Niet alleen zou er een nieuw pand bij komen, ook de binnenkant een combinatie van 12 verschillende gebouwen zou helemaal verbouwd worden. In 1998 werd het nieuwe binnenmuseum geopend. De architect Marc van Roosmalen had aangetoond dat nieuwbouw uitstekend te combineren viel met monumenten. |